In eerste instantie ontstaat het proces van identificeren met het slachtoffer zijn van wat er je overkomen is. Je herinnert je dingen, wordt door een therapeut vriendelijk uitgenodigd om reacties en gedragingen anders te gaan zien, wat je normaal vond vervaagt. Jezelf gaan geloven in eerste instantie. De herinneringen toelatingen, herdefiniëren van je verleden en je geschiedenis. De vragen komen op "wie ben ik", "wat is nog waar"? Dit is de crisisfase. Ik ben een slachtoffer en ik kan aan niks anders meer denken en over niks anders meer praten. Ik wil gehoord en geloofd worden, de horror, het onzegbare, onnoembare, onvertelbare vertellen. Daar ligt precies het begin van de transformatie van deze fase: ik begin mezelf heel langzaamaan te horen, ik geloof mezelf, ik kan het aan mezelf vertellen, ik kan er bij blijven. Langzaamaan ook, ik kan mezelf omarmen, ik neem mezelf au serieus en ik zie mezelf. Ik ben niet gek, verkeerd. Dit is de fase van het onschuldigen "oh misschien overkwam er mij iets" en misschien ligt het niet aan mij misschien ligt het niet aan mij misschien kan de schaamte de schuld van kamp beginnen veranderen. Deze fase van heling voelt niet goed, je verliest alle hoop, alles wordt eerst erger. Dit is de crisisfase. En toch, ergens, lucht het op dat je begrijpt waarom je je zo slecht voelt. "De waarheid heelt de waan", "als ik het kan zien moet ik het niet zijn", deze woorden krijgen betekenis voor je.
In tweede instantie ga je jezelf overidentificeren met de overlever. Ik moet hier over. Ik heb dit overleefd. Ik ben mijn sterktes, mijn autonomie, zelfredzaamheid, mijn ondernemerschap, mijn wilskracht. En inderdaad dit hielp je om dit te overleven. Je schuift een sterke overleverspersoonlijkheid voor het getraumatiseerde deel. Niemand hielp je, redde je. Je deed het helemaal zelf. En dat heeft je geholpen om te functioneren, 's morgens gewoon je uniformpje aan te doen en naar school te gaan, naar de balletles, de scouts. Om het dagdagelijkse leven aan te kunnen en alle gevoelens van onmacht weg te stoppen. Om de mama te zijn, de professional, de partner die je nu bent. Om een zekere mate van plezier te vinden toch in dit leven. Je bent helemaal geen slachtoffer en wil geen slachtoffer zijn. Hier hou je van je overleverschap. Je bent tot veel goeie dingen in staat, krachtig. Dit helpt je je leven te leiden en het heeft je echt helpen functioneren. Je bént ook een overlever en dit omarmen, is het begin van transformatie in dit stadium. Je zachte kant ontdek je terug door precies net deze overlever te omarmen. Je gaat die hardere kanten in jezelf langzaam appreciëren terwijl je steeds dieper het waarom ervan toelaat. Waarom en hoe die ontstaan zijn en essentieel waren. Je gaat echter ook de spanning voelen die ze geven in je lichaam. De letterlijke spierspanning van de opgetrokken schouders, ingetrokken nek, vooruitgeschoven kin, sterke armen en handen. Echter, achter je determinatie, de sterkte hieronder, zit veel onuitgesproken woede. Je gaat je eigen zwarte kant, je eigen dader kant of vooral je angst en associatie van woeste razernij met het dadeschap dat je onderging, aan. Deze radeloze woede, wanhopige razernij omarmen. Je kwaadheid je terur eigen maken, je levenskracht, je NEE. Dit is een belangrijke fase want deze woede heeft je doen functioneren. De ongelofelijke beschermingsdrang die in je zit, je determinatie, je wilskracht. Maar met je wilskracht kan je je noden en slachtofferkant soms ook onderdrukken. Je kwetsbaarheid, je machteloosheid zijn onverdraaglijk geworden voor je overlever. En dat is net het begon van de transformatie naar de de derde fase waarbij je langzaamaan je machteloosheid en kwetsbaarheid kunt omarmen.
In de derde fase transformeer je de gevolgen van het misbruik en geweld echt. Je vecht niet meer met het verhaal, je begrijpt dat het je eigen emoties zijn vanbinnen die het leven zo moeilijk maken intussen. En dat vast bijven steken in het verhaal je tot een slachtoffer en/of overlever blijven maken en dus je nog elke seconde van de dag blijven identificeren ermee. Het is je eigen binnenwereld waar je de echte transformatie en afstand vindt en je jezelf terug vindt. Deze fase kan echter niet zonder de voorbije fasen. En gebeurt uiteraard in een spiraal, steeds diepere laagjes die soms in de dag zelf kunnen wisselen. Het gebeurde gebeurde, en je daarmee identificeren maakt de emoties eigenlijk zwaarder. In deze fase kan je gewoon bij je lichaam blijven, bij de emoties en ze zachtjes aan laten transformeren, moment per moment. Je vindt hier terug je veel zachtere ik, je eigen mildheid, je eigenliefde. Je bent diegene die voor zichzelf kan zorgen. Dat is de uitdaging van deze fase, de zelfzorg toestaan van jezelf. Toestaan van jezelf dat je noden hebt, kwetsbaar bent, dat het belangrijk is om te slapen, dat je lichaam kan ontspannen, dat je een lichaam hebt dat plezier mag hebben. Dit is de fase waar je transformeert naar een volle persoon die inderdaad overleefd heeft en een slachtoffer geweest is maar daar niet meer mee geïdentificeerd is. In de overlever zit nog een subtiele identificatie met je trauma. In degene die het getransformeerd heeft, zit een persoon die van alles meegemaakt heeft en nu een eigen vol leven heeft en zichzelf niet meer identificeert rond wat er haar/hem overkomen is. Deze transformatie is de moeilijkste fase want uiteindelijk is het niet de schok van het trauma zelf die zo onverteerbaar was, die berg verbergt de veel grotere berg van je hechtingstrauma. Wat we uiteindelijk transformeren is je hechting. Wanneer de persoon die de bron was van warmte, liefde, comfort, voeding, veiligheid ook de dader is, degene die onveiligheid biedt en waar je continu voor op scherp moet staan. En er dus tegelijk ook continu dichtbij moet zijn om te checken checken of alles OK blijft en de reacties te voorspellen. Daardoor geraak je gefixeerd op deze persoon en wil je je ernaartoe richten en ervan weg. Hier zit de diepe transformatie want deze hechtingsdynamiek speelt zich voortdurend af in elke relatie. Waardoor de onzegbare eenzaamheid die je voelde tijdens de traumas zich dagdagelijks blijft afspelen in al je relaties.Een gezonde diepe veiligheid vanbinnen voelen, in relatie, in contact, die het mogelijk maakt om op een gezonde manier terug in contact en relatie te gaan met anderen zonder jezelf te verliezen zonder te heftige grenzen te stellen met juiste evenwicht met respect voor jezelf voorbij aan de schaamte en schuld voorbij alle plicht dit is de horizon. De diepe eenzaamheid en depressie doorbreken en transformeren die de kern vormde van het grensoverschrijdend misbruik. Dit is de transformatie en ik beloof je deze is mogelijk. Het is hard "werken". Maar het is mogelijk. Laat dit je hoop geven.
Het helen en transformeren van grensoverschrijdend trauma is het helen van je angst voor de ander. Niet meer reflexmatig de ander als roofdier zien. In staat zijn om vriendelijke ogen te zien. En ze toe te laten. Terwijl je je eigen grenzen voelt en jezelf blijft.
Ik stel het volgende concept voor om de heling van grensoverschrijdend trauma te bekijken:
-
Dit is aangepast en geïnspireerd door de Courage To Heal van Ellen Bass en Laura Davis. Er is het grote boek en ook een werkboek dat ze voorstellen. Hun focus ligt op sexueel trauma. Veel van de oefeningen zijn ook door hun zeer bedachtzaam en afgestemd werk geïnspireerd.